Terugkerende schouderklachten: waarom blijft je schouder opspelen?
Bijgewerkt op: 1 okt
Terugkerende schouderklachten — waarom je schouder steeds opnieuw reageert
Je schouder blijft opspelen. Soms is het een zeurende pijn, soms voelt hij stijf of beperkt en soms kun je je arm ineens veel minder goed bewegen.
Aankleden, iets uit een kast pakken, tillen, werken of op je zij slapen: bij bijna alles gebruik je je schouder.
Misschien heb je al oefeningen gedaan, rust genomen, je schouder laten behandelen of geprobeerd sterker te worden. Dat helpt soms. Maar na verloop van tijd komt de klacht weer terug.
Dan is het interessant om een andere vraag te stellen.
Niet alleen:
Wat is er mis met mijn schouder?
Maar ook:
Waarom moet juist deze schouder steeds opnieuw reageren?

De schouder staat niet op zichzelf
De schouder is geen los gewricht.
Om je arm vrij te kunnen bewegen, moeten het schoudergewricht, het schouderblad, het sleutelbeen, de ribbenkast en de wervelkolom voortdurend met elkaar samenwerken.
Ook de nek speelt daarin een belangrijke rol.
Zenuwen die de schouder en arm aansturen komen vanuit de nek. Spieren lopen van de nek naar het schouderblad, van de borstkas naar de arm en van de ribben naar de schoudergordel.
Wanneer ergens in dat geheel minder beweging mogelijk is, kan de schouder zich daaraan aanpassen.
Dat betekent niet dat iedere schouderklacht vanuit de nek of ribben ontstaat. Wel betekent het dat alleen kijken naar de plek waar het pijn doet soms te beperkt is.
De invloed van ribben, ademhaling en middenrif
Ook de ademhaling speelt mee.
Bij iedere ademhaling bewegen je ribben, borstkas en middenrif. Die beweging vindt plaats in hetzelfde gebied waarin ook je schouderblad moet kunnen bewegen.
Het middenrif is bovendien anatomisch verbonden met de onderste ribben en de wervelkolom. Via zenuwbanen bestaat er daarnaast een relatie met de nek.
Wanneer de ademhaling langdurig verandert, bijvoorbeeld tijdens fysieke belasting, pijn, stress of emotionele spanning, kan ook de manier waarop borstkas en ribben bewegen veranderen.
De spieren rond nek en schouders kunnen vervolgens meer gaan meewerken aan de ademhaling.
Zo kan een schouder onderdeel worden van een veel groter compensatiepatroon.
Daarom kijk ik bij terugkerende schouderklachten niet alleen naar de schouder zelf, maar ook naar de nek, ribbenkast, wervelkolom, ademhaling en het middenrif.
En wat gebeurt er onder het middenrif?
Ook structuren in borst- en buikgebied kunnen onderdeel zijn van de totale mechanische samenhang in het lichaam.
Organen, bindweefsel, middenrif, ribben, wervelkolom en bekken bevinden zich niet als losse onderdelen naast elkaar. Ze bewegen en beïnvloeden elkaar binnen één lichaam.
Dat betekent niet dat een probleem van een bepaald orgaan automatisch schouderpijn veroorzaakt.
Maar het betekent wel dat ik bij een terugkerende klacht verder kijk dan alleen spieren en gewrichten.
Waar is beweging verminderd?
Waar wordt gecompenseerd?
Hoe beweegt het middenrif?
Hoe beweegt de ribbenkast?
En wat moet de schouder daardoor misschien steeds opnieuw opvangen?
Stress verandert ook hoe je beweegt
Daar komt het zenuwstelsel bij.
Wanneer je schrikt, bang bent, boos wordt of langere tijd onder druk staat, gebeurt er lichamelijk iets.
Je ademhaling kan veranderen. Je spieren spannen zich aan. Je houding verandert. Je schouders kunnen omhoogtrekken en je lichaam kan zich letterlijk wat kleiner of juist alerter maken.
Dat zijn normale lichamelijke reacties.
Meestal kan het lichaam daarna weer terugschakelen.
Maar wanneer fysieke, mentale of emotionele belasting langdurig aanwezig blijft, kan ook het bewegingspatroon dat daarbij hoort langer aanwezig blijven.
Daarom zijn emoties voor mij niet iets wat losstaat van een lichamelijke klacht.
De schouder en emotionele belasting
Bij schouderklachten wordt vaak gezegd:
‘Je draagt te veel op je schouders.’
Soms herkent iemand zich daar volledig in. Maar als verklaring voor iedere schouderklacht is het veel te eenvoudig.
De schouder en arm doen namelijk veel meer dan dragen.
Met je armen reik je naar iemand toe.
Je trekt iemand naar je toe.
Je duwt iets van je af.
Je beschermt jezelf.
Je houdt vast.
Je laat los.
En je bepaalt letterlijk hoeveel ruimte je inneemt en hoe vrij je daarin kunt bewegen.
Daarom kan het binnen lichaamsgerichte en oosterse visies interessant zijn om ook te onderzoeken wat er in iemands leven speelde toen de klacht ontstond.
Hoe vrij voelde je je in contact met anderen?
Was er iemand die je juist dichtbij wilde houden?
Was er iemand of iets waarvan je afstand wilde nemen?
Voelde je je verantwoordelijk voor iemand?
Kon je grenzen aangeven?
Kon je vrij bewegen binnen een relatie, gezin of werksituatie?
Of had je juist het gevoel dat je jezelf voortdurend moest inhouden?
Dit betekent niet dat een bepaalde emotie rechtstreeks een bepaalde schouderklacht veroorzaakt.
Het zijn vragen waarmee we onderzoeken of lichamelijke en emotionele patronen tegelijkertijd zijn veranderd.
Links en rechts kunnen ook iets vertellen
Ook kijk ik naar welke schouder reageert en wat iemand met die arm doet.
Niet omdat links of rechts automatisch één vaste emotionele betekenis heeft, maar omdat beide zijden van het lichaam verschillende belasting kunnen krijgen.
Welke hand gebruik je het meest?
Aan welke kant draag je?
Welke beweging veroorzaakt de klacht?
Wanneer ontstaat de beperking?
En veranderde er iets in je leven rond het moment waarop de klacht voor het eerst begon?
Juist die combinatie kan veel meer vertellen dan alleen de diagnose ‘schouderpijn’.
Waarom komt de klacht steeds terug?
Soms ligt de oorzaak duidelijk in de schouder zelf. Er kan sprake zijn van letsel, irritatie, slijtage of een andere aandoening die medisch onderzocht moet worden.
Maar wanneer een schouder steeds opnieuw reageert, ondanks behandeling en oefeningen, kan het zinvol zijn om het grotere patroon te onderzoeken.
Hoe beweegt de nek?
Hoe bewegen de ribben?
Hoe functioneert het schouderblad?
Hoe vrij beweegt het middenrif?
Hoe adem je?
Waar compenseert het lichaam?
Hoeveel fysieke belasting is er?
Hoeveel herstel krijgt het systeem?
En wat speelde er emotioneel toen de klachten begonnen of veranderden?
Het lichaam kan lange tijd aanpassen.
Tot de totale belasting groter wordt dan wat het op dat moment kan opvangen.
De schouder kan dan één van de plekken zijn waar dat zichtbaar wordt.
Wat hier anders gebeurt
Ik behandel daarom niet alleen de plek waar je pijn voelt.
Ik kijk naar de samenhang tussen schouder, nek, sleutelbeen, schouderblad, ribbenkast, wervelkolom, middenrif en ademhaling. Ik kijk naar het zenuwstelsel en naar de manier waarop het lichaam beweegt en compenseert.
En ik neem mee wat er in jouw leven speelde toen de klacht ontstond of steeds opnieuw begon terug te komen.
Fysiek én emotioneel.
Niet om vooraf te bepalen waar jouw schouderklacht vandaan komt.
Maar om te onderzoeken waarom jouw lichaam reageert zoals het reageert.
De vraag wordt daardoor niet alleen:
Hoe krijg ik mijn schouder weer los?
Maar ook:
Waarom moet juist mijn schouder steeds opnieuw spanning opvangen — en wat houdt dat patroon in stand?
Herken je dit patroon? Lees dan verder over de Lichaamslezing of plan een oriënterend gesprek.




Opmerkingen